Gedrag komt tot stand door een wisselwerking van verschillende factoren; persoonlijkheid, eigenschappen, motieven, zelfbeeld, normen, waarden, overtuigingen en ervaringen spelen daarin allemaal een rol. In de lerende mensen die we zijn komt dit tezamen in gedrag.
We worden dagelijks geconfronteerd met gedrag van anderen waarmee we moeten samenwerken, waarmee we samenleven, aan wie we moeten rapporteren en verantwoording afleggen, enz. enz. En we ervaren ook elke dag dat het gedrag van onszelf en van anderen kan leiden tot irritatie of juist stimulatie; tot een resultaat of tot een belemmering; van een vervelend gevoel tot een goed gevoel.
Het spreekt uiteraard vanzelf dat bepaald gedrag in de ene situatie of activiteit effectiever of beter passend is dan in de andere. Er zijn ook situaties waarin contrasterend, dominant of ontbrekend gedrag juist erg effectief kan zijn. Het is niet zonder meer goed of fout. Dat hangt er vanaf of hoe het past in de situatie of context en bijvoorbeeld de rol of taak die iemand heeft.
Gedrag is kort samengevat de manier waarop iemand acteert in of reageert op een specifieke situatie; thuis, op het werk, onder stress, enz. Gedrag is ook iets wat door anderen wordt waargenomen; het is zichtbaar en tastbaar voor de omgeving. Gedrag is niet goed of slecht, het krijgt pas betekenis als het in een specifieke context wordt geplaatst; je werk, privé, enz. Een voorbeeld:
Een verpleegster ontleent de lol in haar werk vaak aan het feit dat ze graag met mensen omgaat en krijgt waardering voor het feit dat ze zich goed kan verplaatsen in de situatie van patiënten, dat ze behulpzaam en zorgzaam is, en dat ze zich bij het uitvoeren van haar werk houdt aan de procedures en regels. Een resultaten manager in het ziekenhuis wordt afgerekend op de kosten en wordt gewaardeerd omdat hij regels formuleert en handhaaft voor een efficiëntere zorg. De verpleegster en de manager hebben andere belangen en ook ander voorkeursgedrag en dat in dit geval tot botsingen kan leiden. De verpleegster zal de reductie in tijd die ze nog aan een patiënt mag besteden als onrechtvaardig kunnen ervaren, of sterker nog efficiency maatregelen botsen met haar persoonlijke gevoel voor normen en waarden. Diezelfde verpleegster zal met haar behulpzaamheid, inlevendheid en zorgzaamheid in een andere situatie niet in botsing komen. Op het thuisfront wordt ze gewaardeerd als warme en liefdevolle moeder.
Je bent en hebt een persoonlijkheid en hebt eigenschappen (nature). Van wieg tot heden ben je onderweg. En onderweg maak je dingen mee en leer en ontwikkel je van alles (nurture). Onder andere accenten op jouw eigenschappen, normen, waarden, welk gedrag voor je werkt en welk gedrag niet, waar je je goed bij voelt en waarbij niet, wat je energie geeft en wat niet. Ook ontwikkel je overtuigingen.
Dat alles op zichzelf staand bevindt zich onder de waterlijn. Het is niet zonder meer waarneembaar. Naast de kennis en vaardigheden die je opdoet, is het wel de basis voor wat je uiteindelijk doet en laat in de uiteenlopende situaties waarin je je bevindt of begeeft; jouw gedrag. Of beter nog; jouw voorkeursgedrag.
Het bovenstaande voorbeeld van de verpleegster laat zien dat gedrag vaak een oorsprong heeft, in dit geval persoonlijke normen en waarden, en afhankelijk van de context (thuis versus werk) meer of minder wordt gewaardeerd. In het onderstaande plaatje (zogenoemd IJsbergmodel naar Mcclelland) zie je dat deze onder de waterlijn liggen. Hetzelfde geldt voor het zelfbeeld, persoonlijkheid, motieven, enz. Al deze zaken zitten 'onder water' en zijn dus voor de omgeving niet zichtbaar. Wel zijn deze zaken bepalend voor de vertaling naar zichtbaar gedrag.
Naarmate je in het ijsbergmodel van onder naar boven gaat, neem je steeds meer mee. Drijfveren, eigenschappen, persoonlijkheid, normen, waarden EN wat is aangeleerd is in samenhang zichtbaar in gedrag. Gedrag is wat je ziet en merkt. Kijken naar gedrag maakt het beeld daarom compleet.
Kennis, vaardigheden en gedrag zijn aan te leren, terwijl je persoonlijkheid een vrijwel vast gegeven is waar je het maar mee moet doen. Het is om die reden ook interessanter om in te zoomen op gedrag dan op bijvoorbeeld persoonlijkheid. Aan gedrag kun je namelijk werken en aan persoonlijkheid niet. En dat doe je, vaak ongemerkt, altijd al. Zo ontwikkel en gebruik je gedurende alles wat je doet gedrag om bijvoorbeeld te compenseren op een stukje persoonlijkheid. Dat kan immers nodig zijn in de situaties waarin je je bevindt of begeeft.