Theorie

In zowel privé als werksituaties is gedrag bepalend voor comfort en succes. Om meer te weten te komen over gedrag en met name de effecten, zijn op basis van de theorie een gedragsmodel en methode ontwikkeld.

Het ijsbergmodel

In het ijsbergmodel zie je de waterlijn. Alles onder water is niet zonder meer zichtbaar. Boven de waterlijn vind je wat je ziet en merkt.

Ijsbergmodel

Naarmate je in het ijsbergmodel van onder naar boven gaat, neem je steeds meer mee. Drijfveren, eigenschappen, persoonlijkheid, normen, waarden EN wat is aangeleerd is in samenhang zichtbaar in gedrag. Gedrag is wat je ziet en merkt.

Het gedragsoctogram

Om gedrag te kunnen rubriceren is het zogenaamde gedragsoctogram ontwikkeld. Hierbij is gebruik gemaakt van verschillende theoretische inzichten. 'Onder de waterlijn' begint dat bij de 4 zogenoemde 'drives' van de psycholoog Carl Young (de kern). Via de denkstijlentheorie van Edward De Bono (de middelste ring) wordt de stap gemaakt naar het zichtbare gedrag 'boven de waterlijn'. Dit leidt tot 8 posities in het zogenoemde gedragsoctogram dat is ontwikkeld naar het idee van Robert Quinn.

Gedragsoctogram

De 8 posities heeft iedereen in meer of mindere mate in zich. In welke mate de verschillende posities (en hun onderliggende kenmerken) aanwezig zijn en de combinatie daarvan zijn bepalend voor het gedrag in verschillende situaties. Het gaat hier niet om goed of fout. Verschillen en overeenkomsten per positie verklaren waarom men past in of bij een bepaalde rol, functie en context en waar men tegenaan zal of kan lopen.

De 8 posities

De onderstaande kenmerken bij hoge scores op de positie zijn richtinggevend. Lees ze niet te zwart-wit. Het gaat vaak om de neiging tot. Een combinatie van hoge scores op bepaalde posities kan het zichtbare gedrag temperen of versterken. Belangrijker is het inzicht en wat je er aan kunt doen.

Qolumbus gedragsposities

Iedereen heeft van alle posities wel iets in zich, waarbij over het algemeen 2 of 3 posities het meest zichtbaar zijn. Ook zijn er 2 tot 3 posities vaak minder of nauwelijks zichtbaar; gedrag dat men dan niet of nauwelijks laat zien. Zowel dominantie als ontbreken van bepaald gedrag kan wenselijk zijn. Het is dan ook niet goed of fout. Het gaat om de mix, die zichtbaar maakt waar het voorkeursgedrag ligt en hoe dat past in de context. Voorkeursgedrag speelt daarmee een belangrijke rol bij het behalen van succes in een functie of rol in de context van de organisatie.