Inzicht in de posities is de basis voor de stap naar de praktijk. In de praktijk gaat het om een mix en vooral hoe dit terug komt in de dingen die men doet. We maken dan ook de vertaalslag naar gedragscompetenties die er in de praktijk in meer of mindere mate toe doen of juist niet, dat waar de kracht zit, wat men doet en laat en waar het daarbij om gaat.
Iedereen heeft van alle gedragscompetenties wel iets in zich, waarbij er over het algemeen 2 of 3 het meest zichtbaar zijn. Ook zijn er 2 tot 3 gedragscompetenties vaak minder of nauwelijks zichtbaar; gedrag dat men dan niet of nauwelijks laat zien. Zowel dominantie als ontbreken van bepaald gedrag kan wenselijk zijn. Het is dan ook niet goed of fout. Het gaat om de mix, die zichtbaar maakt waar het voorkeursgedrag ligt en hoe dat past in de context. Voorkeursgedrag speelt daarmee een belangrijke rol bij het behalen van succes in een functie of rol in de context van de organisatie.
De onderzoeksmethode en gedragscans zijn ontwikkeld vanuit inzicht en overtuiging dat mensen effectief zijn of zich goed voelen als ze kunnen handelen en kunnen (samen)werken op basis van hun persoonlijke gedragsvoorkeur. Uiteraard dragen in specifieke situaties het kunnen beschikken over de juiste kennis, vaardigheden en ervaring hier ook aan bij.
Goed in je vel zitten = K (kennis) + V (vaardigheden) + E (ervaring) + (G (gedrag))² = PE (persoonlijke effectiviteit)
In de methodiek die we aanbieden kan je een keuze maken uit 16 gedragscompetenties die voor jullie het meest relevant zijn. Je kunt ze allemaal gebruiken, maar we adviseren je te focussen op 8 tot maximaal 12 competenties. Dat zal in de praktijk ook passend zijn.
Onderstaand de 16 gedragscompetenties en waar het daarbij om draait.
| Realiseren | Het daadwerkelijk voor elkaar krijgen van resultaten - van intentie naar uitvoering naar aantoonbaar eindresultaat. Vraagt denken in termen van oplossingen, doen en doorgaan. |
| Ondersteunen | Het actief helpen en bijstaan van anderen bij het bereiken van hun doelen of het oplossen van hun vraagstukken, zonder het onnodig over te nemen. Vraagt dienstbaarheid, geduld en het vermogen de ander centraal te stellen. |
| Organiseren | Het inrichten van processen, taken en middelen zodat doelen betrouwbaar worden bereikt. Vraagt inzicht in hoe doelen te bereiken, structuur, overzicht en doorzettingsvermogen. |
| Beheren en borgen | Het in stand houden van kwaliteit, normen en continuïteit. Vraagt waakzaamheid, discipline en een scherp normgevoel. |
| Analyseren | Het doorgronden van vraagstukken en trekken van betrouwbare conclusies. Vraagt scherp denken, kritische distantie en precisie. |
| Systematisch redeneren | Het methodisch ontleden van complexe vraagstukken, de samenhang doorgronden en stapsgewijs komen tot een onderbouwde en werkbare oplossing. Vraagt analytische scherpte, synthetisch vermogen en de discipline om niet te snel te concluderen. |
| Strategisch richtinggeven | Het bepalen van een betekenisvolle koers en die samen met anderen tot leven brengen. Vraagt toekomstvisie, moed en sociale vaardigheid. |
| Vernieuwen en innoveren | Het bedenken en realiseren van echte vernieuwing. Vraagt creativiteit, durf en het vermogen anderen mee te nemen in wat nog onzeker is. |
| Communiceren | Het helder overbrengen van boodschappen én het goed ontvangen van wat anderen zeggen. Vraagt aandacht voor inhoud, vorm én wisselwerking. |
| Tactvol handelen | Het op de juiste manier en het juiste moment brengen van boodschappen, rekening houdend met de gevoelens en positie van de ander. Vraagt sociale sensitiviteit, zelfbeheersing en het vermogen te doseren. |
| Samenwerken | Het effectief optrekken met anderen richting een gezamenlijk resultaat. Vraagt openheid, bereidheid het eigen gelijk los te laten en de samenwerking boven eigen belang te stellen. |
| Ondernemend handelen | Zakelijk initiatief, het pakken van kansen en realiseren van zakelijk succes in een dynamische, onzekere omgeving. Vraagt durf, bewegingsruimte, netwerk en zakelijke scherpte. |
| Klantgericht handelen | Het consequent afstemmen van het eigen handelen op de behoeften en verwachtingen van de klant, intern of extern. Vraagt luistervaardigheid, inlevingsvermogen en de bereidheid het klantbelang boven het eigen gemak te stellen. |
| Onderhandelen | Het zoeken naar een voor alle partijen acceptabele uitkomst. Vraagt analytische scherpte én sociale vaardigheid om bewegingsruimte te creëren. |
| Leidinggeven | Het dagelijks sturen van mensen en processen richting een gezamenlijk resultaat. Vraagt besluitvaardigheid, mensgerichtheid en koersvastheid. |
| Coachen | Het begeleiden van mensen in hun ontwikkeling door een veilige ruimte te creëren en de ander te helpen eigen antwoorden te vinden. Vraagt inleven, luisteren zonder oordeel en het doorgronden van vraagstukken. |